dinsdag 24 november 2020

Verloren zoon en verloren dochter



Het verhaal van de verloren zoon kennen de meeste mensen wel. Een zoon wilde zijn erfenis eerder hebben dan hem toe kwam om met zijn vrienden van het leven te genieten. Hij braste al zijn geld er door en bleef zonder vrienden achter. Hij kwam eenzaam, alleen en hongerig tussen de varkens terecht. Daar kwam hij tot inkeer en besloot zijn vader om vergeving te vragen en te vragen of hij daar knecht mocht zijn. Zodat hij in ieder geval eten en onderdak had. 

Ik vond het vroeger als kind een mooi verhaal met een happy end, de vader sloot zijn zoon weer in de armen en alles was goed. Alleen de oudste zoon had er moeite mee en ergens begreep ik dat wel. Altijd je beste doen, altijd klaar staan maar niet worden gezien. Nooit is er tijd en aandacht voor jou. Pas tijdens het opgroeien leerde ik de betekenis achter dit verhaal. Ik heb een paar jaar het boek welkom thuis van Henri Nouwen gelezen na dat ik het schilderij van Rembrand van de verloren zoon had gezien. Sinds die tijd intrigeert dit verhaal me nog meer. En de laatste tijd raakt het lied van Sela me Welkom thuis. Het verhaal van de verloren zoon me raakt me, maakt veel los bij me. Ik herken mezelf wel in beide broers. 

In mijn jeugd heb ik iets gedaan waar ik me nog enorm voor schaam. Een zwarte bladzijde in mijn leven. Ik praat er liever niet over want de schaamte, het verdriet en de pijn over wat er gebeurd is, is er nog steeds. Mijn moeder ontdekte wat ik deed en ze was boos en teleurgesteld in mij en dat snap ik. Maar ze was ook meteen rechter en jury tegelijkertijd, ze veroordeelde me tot levenslang. Er over praten met mij wilde ze niet en ik mocht er ook niet over praten van haar. Ik moest zwijgen en doen alsof het niet gebeurd was. Ze duwde me (emotioneel) weg, negeerde me en praatte zelf een tijd niet meer met me. Ik moest alleen in het reine komen met wat ik had gedaan en dat kon ik niet. Ik was nog maar een kind, ik heb het jarenlang weg geduwd want er was daarvoor al zoveel gebeurd in mijn leven. Mijn vader was een kort daarvoor overleden, ik stond er alleen voor. Ik wist me geen raad met mezelf en wist niet wat ik moest doen om weer in genade te komen bij mijn moeder. Ik kon niets anders doen dan haar pleasen, zoeken naar wat ik moest doen om weer in genade aangenomen te worden. Want dat wilde ik, weer in genade aangenomen worden, ik wilde dat ze weer met me zou praten. Was ze maar boos geweest, had ik maar straf gekregen. Maar dit zwijgen en het negeren was zo beklemmend. Dat maakte dat ik het leven wat voor mij al zwaar en donker was nog moeilijker werd. 

En dan denk ik aan het verhaal van de verloren zoon. De verloren zoon vroeg iets voor zichzelf, wilde iets hebben wat hem eigenlijk nog niet toe kwam. Hij wilde geld, zijn erfdeel om lol te maken, om te genieten van het leven. Om lol te maken, het leven te vieren. Het zou in mijn hoofd toen (en nu nog niet snel) niet zijn opgekomen om iets voor mezelf te vragen zoals de verloren zoon dat deed. Opkomen voor mezelf heb ik nooit geleerd, het zou niet in mij op zijn gekomen om iets voor mezelf aan mijn moeder te vragen. Dat hoorde gevoelsmatig niet, ik was er om voor mijn moeder te zorgen, ik moest er voor haar zijn. De verloren zoon koos er zelf voor om weg te gaan bij zijn vader, hij wilde de wereld in. Ik werd in mijn jeugd emotioneel weggestuurd en in de steek gelaten. De verloren zoon kwam tot inkeer en ging terug naar zijn vader. Hij wilde de minste zijn, wilde knecht zijn, voelde zich niet meer waardig om de zoon van zijn vader te zijn. Maar hij werd met open armen welkom thuis gehaald. Zijn vader vierde feest want zijn zoon was terug gekomen. Zijn vader gaf hem royaal onverdiende genade. En sloot hem barmhartig en vol liefde weer in zijn armen. De verloren zoon hoefde er niets voor te doen, hij kreeg gewoon genade en vergeving zonder vragen. Hij hoefde niet te smeken, zich niet klein te maken, niet te zoeken naar vergeving. Hij hoefde zich niet in allerlei bochten te wringen om iets te voelen van liefde of vergeving. Het was er al bij het thuis komen. Onverdiende maar royale vergeving en genade. Mijn moeder duwde me weg, emotioneel en fysiek, er was geen genade, geen liefde er kon niet eens over gepraat worden. Om vergeving vragen kon ik niet want het onderwerp was taboe. Ik moest maar uitzoeken wat ik er mee deed. Ik voelde me een slechtte dochter, ik was zondig want ik maakte het mijn moeder nog moeilijker dan ze het al had. Jarenlang heeft ze me er alleen mee laten worstelen, ik voelde me vies, fout, zondig, schuldig en nog zoveel meer. Ik verdiende geen genade, geen begrip, geen liefde. Ik was wel zo slecht dat ik dit had gedaan. Ik had haar zo teleurgesteld, ik had haar zoveel verdriet gedaan. Kon ik niet beter weggaan, kon ik niet beter verdwijnen uit haar leven? Was het niet voor iedereen beter als ik er niet meer was? Mijn moeder was niet (meer) blij met mij, ik voelde me het niet waard om haar dochter te zijn. In haar ogen had ik iets gedaan wat onvergeeflijk was, dat voelde ik heel duidelijk. Wat voelde ik me eenzaam, onbegrepen en bang in die periode. Wat was het donker en zwaar. Ik heb ik in die periode gezocht naar manieren om weer in genade en in liefde te worden aanvaard door mijn moeder. Ik ging mezelf zo naar haar schikken dat ik elke wens elk verlangen wel wilde vervullen. Mijn eigen wensen en verlangens verdrong ik om elke wens, elke behoefte of verlangen te vervullen voor ze het had benoemd. Ik moest van mezelf de perfecte dochter zijn, dan kon ik mijn aanwezigheid in haar leven terug verdienen. Misschien als ik weer goed genoeg was ik weer in beeld kwam bij haar, dat ze weer normaal zou doen.  Alles wilde ik wel doen en alles geven om weer iets van die warmte en liefde die er al zo weinig was terug te krijgen. Er waren voor mij geen open armen, geen vergeving, geen liefde en blijdschap. Er was alleen maar een stilzwijgend drukkend zwijgen. En het heeft lang geduurd voor de situatie weer een beetje dragelijk werd. Maar er over praten hebben we nooit gedaan. Ik durfde het niet, want wat zou ik kwijtraken als ik er wel over zou praten, als ik het onderwerp wel zou aanroeren. 

Nu jaren later begin ik anders te kijken naar wat er toen gebeurde. Begin ik begrip te krijgen voor het meisje van toen. Begrijp ik beter waarom ze deed wat ze deed, zie ik ook de omstandigheden waarin ze opgroeide. Keur ik het niet goed, maar wil ik voorzichtig proberen begrip en genade te hebben voor mezelf. Maar genade met mezelf hebben vind ik moeilijk, al jaren heb ik mezelf door de ogen van mijn moeder veroordeeld, hoe kan ik begrip hebben voor iets wat al die jaren zo slecht, zondig en fout is geweest. Hoe kan ik mezelf die misstap van toen vergeven? Wat verlangde ik er toen en verlang ik er nu naar, naar armen vol liefde als die van de Vader voor de verloren zoon. Wat kan ik er naar verlangen om God te horen zeggen dat Hij er voor me is, dat Hij weet van die misstap en dat hij het begrijpt. Dat hij me wel vergeeft. 

Wat heb ik het intens nodig om die liefde, die barmhartigheid en die vergeving te voelen. Wat zou ik graag zijn stem horen zeggen dat Hij mijn vader en moeder tegelijk wil zijn. Dat Hij me nooit zou afwijzen. Wat zou ik graag liefdevolle armen om me heen voelen, de warmte voelen van de Vader. Zijn stem die zou zeggen, Ik ben blij dat je er bent. Je bent mijn kind ik hou van jou. Juist die woorden die ik nooit heb gehoord. Wat zou ik graag in de schoenen van de verloren zoon staan en echt voelen dat ik geliefd ben. Voelen dat ik welkom ben, dat ik mag zijn wie ik ben. Horen en voelen dat ik oke ben. Dat wat ik ook fout doe ik Zijn geliefde dochter ben en blijf! Ergens in de afgelopen periode is dat voelen dat ik geliefd en welkom ben, opnieuw beschadigd geraakt en ik snap heel goed hoe dat komt. Het doet pijn om te merken dat de krassen van afwijzing toch weer zo diep gaan. De angst is er dat God de Vader mij niet goed genoeg zal vinden, de angst om afgekeurd en afgewezen te worden is zo groot. 

Ik weet niet hoe ik Hem gunstig moet stemmen, kan ik Hem sowieso wel gunstig stemmen? Zijn liefde en genade is toch niet te koop? Dat voelt zo haaks staan op wat ik vroeger heb geleerd, liefde, aandacht genegenheid moet je verdienen. Het maakt dat ik me onzeker voel in mijn geloofsleven, zijn die open Vaderarmen er ook voor mij? Heeft Hij mij ook lief? Wil Hij ook mijn Vader zijn? Mag ik er echt bij horen? Hoe weet ik dat dan? Hoe weet ik dan dat ik het goed doe? En nog spannender durf ik dat te geloven? Durf ik mijn hele hart en ziel aan God te geven met het risico dat hij me afwijst? Durf ik te geloven dat Hij van mij houdt zoals ik ben? Durf ik mezelf helemaal aan hem toe te vertrouwen zonder geheime of gesloten kamers of slimme achterdeurtjes. Hoe kan ik dat gaan doen, want dat voelt als een reuze stap. Want die geheime en gesloten kamers en die achterdeur zijn al jaren mijn manier van overleven, zijn al jaren een reddingsboei en durf ik het aan om daar verandering in te brengen? Kan ik dat wel? Is dat niet te groot, te ingewikkeld of te moeilijk voor mij? Of bedenk ik nu weer uitvluchten om het niet te doen? Mijn hoofd blijft draaien en zoeken, de angst en onzekerheid om te vertrouwen is zo groot! Maar de behoefte aan liefde, warmte en genegenheid misschien nog wel groter. Die open armen wat kan ik er naar verlangen om me daar in te storten en aan Vadershart uit te huilen en mijn wonden te laten genezen. 

Hij mag me komen halen, het mag vandaag nog. Want de behoefte en het verlangen naar Zijn liefdevolle omarming is groot! Ik wil zo graag echt Thuiskomen! Maar ik zal moeten wachten tot Hij mijn plaatst klaar gemaakt heeft.  

Geen opmerkingen:

Een reactie posten