Liefde vind ik een bijzonder fenomeen, ik ben er niet bepaald mee groot gebracht en heb ergens onbewust altijd gedacht dat ik dat niet kon voelen voor een ander. Ik dacht omdat ik het als kind niet ontvang had, niet had geleerd hoe je van een ander kunt gaan houden. Ik niet tot deze gevoelens in staat zou zijn. Ergens diep vanbinnen was ik er van overtuigd dat er iets mis was met mij op dit gebied. Ik was defect, niet te repareren. Vriendschappen leren opbouwen heb ik tijdens het opgroeien nooit geleerd. En als er al iets van vriendschap ontstond dan werd het thuis in de kiem gesmoord. En in een enkele situatie waarin dat niet gebeurde en er toch iets van vriendschap ontstond met een klasgenoot bijvoorbeeld, dan gebeurde toch het onvermijdelijke dat die persoon meedeed met de pesters in mijn klas om er vooral bij te mogen horen. Ach en achteraf snap ik dat wel, iedereen wil toch bij de groep horen. Later als jonge vrouw dacht ik dat ik een vriendin had gevonden, ik was blij met deze vriendschap als moet ik nu wel zeggen dat ik nu zie hoe afhankelijk en behoeftig ik me opstelde in deze relatie. De vriendschap bloede dood toen zij met haar man een nieuwe kerkelijke gemeente begon en ik niet aansloot. Dat voelde diep vanbinnen als de overbekende afwijzing, het voelde net als de klasgenoten van vroeger die toch liever vriendjes bleven met de rest van de klas en mij lieten vallen. Het bevestigde mijn gevoel dat er iets mis was met mij. Niemand kon blijkbaar van mij houden. Niemand wilde bij mij betrokken zijn. Ik was niet de moeite waard. En ik kon (blijkbaar) niet genoeg aan/om mensen geven om ze in mijn leven te laten blijven. Al jong heb ik geleerd dat liefde niet veilig voelt, liefde krijg je niet zomaar daar moet je hard voor werken dat moet je verdienen, daar moet je “goed” genoeg voor zijn. Liefde voelde niet als iets moois, liefde was onbetrouwbaar en is eng, de ander kan jouw liefde niet willen hebben, of niets voelen voor jou. Liefde ging voor mij hand in hand met afwijzing en teleurstelling. Liefde was niet voor mij weggelegd. Ik kon dat niet krijgen, niet ontvangen, niet voelen en niet geven, ik was op dat gebied “defect”. Want anders had ik wel vriendschappen gehad, had ik wel liefde van mijn ouders gehad en had ik wel een man en kinderen gehad.
Liefde is voor mij noot iets vanzelfsprekends geweest. Een relatie met een man heb ik nooit gehad. Nu achteraf denk ik dat ik me daar ook nooit voor open heb gesteld. Ik vond en voelde me niet goed genoeg, ik wees mezelf al af dat hoefde een ander niet te doen. Ik was “defect” ik kon niet lief hebben, er was iets ernstigs mis met mij. Een aantal jaren geleden heb ik de stap gemaakt om hulp te zoeken bij een psycholoog om de bagage van mijn verleden uit te zoeken en op te ruimen. Dat ik bij een man terecht kwam vond ik zachtjes gezegd best spannend. Maar ergens onbewust voelde ik me van af de 1e dag veilig bij hem. En dat is niet iets wat ik ken van mezelf. Veilig en vertrouwd voelen doe deed ik me niet snel. Wantrouwen, angst en onzekerheid stonden vooraan in mijn contact met mensen. Ergens in de afgelopen jaren ben ik van deze man gaan houden. Is hij me heel dierbaar geworden. Maar ik ontdekte pas wat hij voor mij betekende toen er een andere man in mijn leven kwam. Een kleine man. Een klein jongetje van een paar maanden oud wat toen al de littekens van het leven met zich mee droeg. In dat kleine jongetje herkende ik iets van mezelf als baby, te jong al geslagen door het leven. Dat kleine jongetje trok zich niets aan van mijn angst en reserves voor de liefde. Dat kleine jongetje eigende zich een plek in mij hart toe, hij vroeg er niet om hij eiste die plek gewoon op. Ongeveer een half jaar na zijn komst in mijn leven, heb ik voor het eerst in mijn leven tegen iemand gezegd ik hou van je. En dat kind heeft mijn hart genezen, heeft er voor gezorgd dat het bordje “defect” wat ik er jaren geleden had neergehangen is weggehaald. Wat doet het dan pijn dat juist dit kind uit mijn leven is verdwenen. Soms hangt er nu even een bordje storing of tijdelijk buiten dienst als mijn hart weer eens te maken heeft gehad met afwijzing van mijn liefde. Maar dat is tijdelijk, die storing is te verhelpen. Ik weet nu, dat ik kan lief hebben en ik weet dat er mensen zijn die mij liefhebben al voelt het nog steeds raar omdat te beseffen en te geloven. Daar op te vertrouwen is doodeng. Want ergens is er altijd de angst dat ze me afwijzen. Nog niet zo heel lang geleden gebeurde er waar ik sinds het begin van deze vriendschap bang voor ben geweest. Mijn vriendin met wie ik heel veel gedeeld had van wat me bezig hield en waar ik mee worstelde besloot na 1 verkeerde opmerking van mij dat onze vriendschap over was, dat ze geen contact meer met me wilde. Dat raakte me diep, weer die afwijzing en toch is het nu anders. Ik zie nu in hoe afhankelijk en behoeftig ik ook in deze relatie stond. Hoe ongelijk de relatie was, ik wachtte af wat zij wou geven. Maar durfde nergens om te vragen en toen ik dat wel ging proberen was de relatie over. Ja er heeft even een aantal weken een bordje storing gehangen, maar niet het bordje “defect” ondertussen merk ik dat de storing verholpen is. Mijn hart doet het nog, al heeft het nieuwe krassen en deuken gekregen.
Ik ben niet “defect” heb ik de afgelopen jaren geleerd en pas nu echt ontdekt, pas nu dringt het goed tot me door. Ik kan liefde voelen, liefde voor God, liefde voor dieren, liefde voor mensen om me heen, liefde voor de schepping, en liefde voor mijn hulpverleners. Ja hulpverleners in meervoud, er zijn ondertussen meer mensen die professioneel bij mijn leven betrokken zijn waar ik veel om geef. En ik kan en durf dat te uiten. Er zijn meerdere mensen in mijn leven voor wie ik vriendschap, warmte, liefde en genegenheid voel en dat betekent dus, dat ik niet defect ben. Ik heb geleerd van mijn laatste storing, liefde, vriendschap het moet gelijkwaardig zijn, ik hoef niet af te wachten wat ik van de ander krijg. Ik mag geven en ontvangen het hoort 2 kanten op te gaan. Ik moet niet afwachten wat de ander wil geven, ik moet ook initiatief nemen. Ik ben niet meer dat kind dat wacht op wat het van haar ouders krijgt. Ik ben volwassen en moet volwassen met vriendschap en liefde omgaan. Ik heb ontdekt de afgelopen jaren dat ik liefde kan voelen en liefde kan geven ondanks dat ik het niet met de paplepel heb meegekregen. Dat doet me beseffen dat ik blijkbaar nooit “defect” ben geweest. Ik ben alleen jarenlang buitendienst geweest tot dat God het tijd vond om mij te laten ontdekken dat het al lang hoogtijd was om “aan” te gaan. Om mijn hart open te stellen voor Hem en voor de mensen die Hij op mijn weg brengt. Het werd tijd om de angst los te laten en mijn hart en liefde te geven en te delen. En dan kan er best eens een afwijzing komen wat een storing veroorzaakt, maar het bordje “defect” heb ik opgeruimd. Liefde is te mooi, te bijzonder om niet toe te laten in mijn leven. Liefde voelen en toelaten in mijn leven vind ik een spannend gebeuren. Maar liefde voelen en krijgen zal voor mij nooit iets vanzelfsprekends worden. Het is een bijzonder kostbaar geschenk wat ik, wat wij van God hebben gekregen.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten