zaterdag 13 februari 2021

Bidden om een nieuw hartje

Als klein meisje leerde ik dat ik God moest vragen om een nieuw hartje. Ik (als beschadigd kind) vatte dat op als ik ben ook voor God niet goed genoeg. Ik had al jong het gevoel dat ik voor mijn ouders niet goed genoeg was. Aan fysiek en uiterlijke zorg ontbrak het me niet, maar warmte, liefde en aandacht was er niet veel. Op school was ik niet goed genoeg, want de juf had de pik op mij. En zorgde er voor dat ik naar speciaal onderwijs moest. Een plek waar ik ook nergens bij hoorde en niemand me zag. En als ik dan God moest vragen om een nieuw of ander hart dan was er toch wel iets heel ergs verkeerd aan mij. Dan was er wel is grondig mis met mij. Dan was dat misschien ook de reden dat mijn ouders en de juf op school mij niet goed genoeg vonden. Ik wist alleen niet wat ik moest veranderen aan mezelf, laat staan hoe ik iets kon veranderen aan mezelf. Ik was nog maar een kind. Maar mijn beeld van God werd een beeld van je moet het goed doen anders wil Hij je niet. Je hart moet nieuw en zuiver zijn anders wijst Hij je af. Je moet veranderen want je bent niet goed genoeg. 

De afgelopen maanden ben ik met mijn psycholoog o.a. aan het terugblikken en letterlijk in kaart brengen van wat er in mijn leven is gebeurd. Hoe dat mij heeft gevormd en welke manieren en gewoontes ik mezelf heb aangeleerd om om te gaan met de pijn en het verdriet van deze bagage. Het is een pijnlijk en confronterend document aan het worden, maar tegelijkertijd geeft het overzicht en orde in mijn hoofd. Wat is er veel mis gegaan in mijn leven, wat zit er nog veel pijn en verdriet. Wat heb ik de afgelopen jaren veel stappen gezet om dit nu onder ogen te kunnen zien en er hard mee aan het werk te zijn. Ik heb mezelf als kind manieren aangeleerd, truckjes om het leven aan te kunnen, om het voor mezelf draagbaar te maken. En er zijn nog steeds wat trucjes en maniertjes actueel, zoals het emotie eten. Sommige zitten heel diep zoals het negatieve zelfbeeld, het meteen denken dat kan ik niet, het vluchten of ontwijken als iets te spanend of confronterend is. Het emotioneel dichtklappen als iets of iemand niet veilig voelt. Of als ik in een gesprek merk dat de ander mij niet aanvoelt, er geen empathie is. Dan kan ik zo makkelijk het gesprek in andere banen leiden, dan vlucht ik weg, dan ren ik in mijn gevoelswereld hard weg. Dan sluit ik alle toegangswegen naar mijn hart en ziel af en bescherm ik mijn diepste gevoel voor nieuwe pijn. De pijn van het niet begrepen worden.

Maar ook de worsteling met God en het geloof in Hem is er nog steeds. Ergens diep vanbinnen zit de (kinderlijke) angst dat mijn hart niet goed genoeg is, dat ik niet goed genoeg ben. Ik weet met mijn verstand dat God mij liefheeft, ik zie echt wel hoe Hij voor mij zorgt. En toch is er de angst, wat als ik iets fout doe wijst hij me dan af? Is mijn hart nu wel goed genoeg? Doe ik het wel goed genoeg? Hoe weet ik of mijn hart wel of niet nieuw genoeg is voor God? God is in mijn jeugd een God op afstand geweest, Hij was er alleen op zondag in de kerk en met Bijbellezen en bidden met het eten. Ik kende Hem niet anders dan dat ik moest vragen om een nieuw hart. En als bang, onzeker en emotioneel verwaarloosd kind, werd dat in mijn hoofd dat ik niet goed genoeg was voor die vage God van mijn ouders. Net zomin als dat ik goed genoeg was voor mijn ouders of de juf op school. Ik vind het nog steeds heel moeilijk om echt te geloven dat ik goed genoeg ben voor Hem. Dat ik me niet hoef te bewijzen zoals ik als kind, als tiener, als puber en als volwassenen deed naar mijn ouders en mijn omgeving. Altijd het gevoel dat ik moest laten zien dat ik wel de moeite waard was, dat ik wel wat kon, dat ik er wel toe deed. Ik wilde me bewijzen, liefde en aandacht verdienen. Ik streefde er naar om de best mogelijke versie van mezelf te zijn, ik moest (van mezelf) de Ina zijn die de ander wilde zien. Dan was er misschien iets liefde, aanvaarding, bevestiging of aandacht voor mij. Alleen kwam het er nooit, niet van mijn ouders en niet van mijn omgeving. Mijn conclusie was, ik was echt niet goed genoeg, ik moest nog beter mijn best doen. Als ik voor mijn ouders en omgeving al niet geod genoeg was. Dan was mijn hart voor God zeker nog niet nieuw en goed genoeg. Het maakte dat ik de lat voor mezelf steeds hoger legde. Maar ineerlijk steeds verder in de knoop kwam.

Het heeft er voor gezorgd dat ik het zo moeilijk vond (en vind) om mensen te vertrouwen. Ik ben achterdochtig, ik verwacht vaak het slechtste. Ik verwacht  afwijzing, teleurstelling en ergens verwacht ik de bevestiging te horen, dat ik toch niet goed genoeg ben. God echt vertrouwen vind ik nog moeilijker. Ik kan hem niet in de ogen kijken, ik kan ZIjn aanwezigheid niet fysiek voelen en zo bepalen welke kant ik op moet gaan. Ik hoor Hem niet zeggen dat mijn hart nieuw genoeg is. Het is een innerlijke geloofsstrijd die echt niet makkelijk is. Ik ben de afgelopen tijd wel Zijn zorgende en helpende hand in mijn leven gaan zien. En ik blijf hopen dat ik goed genoeg ben voor Hem? Dat mijn hart voor hem goed en nieuw genoeg is. Maar het gekwetste en emotioneel verwaarloosde kind in mij is bang, onzeker, wantrouwig en op haar hoede. Want hoe weet ze of haar hart goed en nieuw genoeg is?

Geen opmerkingen:

Een reactie posten