Al heel jong heb ik mezelf terug getrokken in ‘mijn cocon’, mijn gevoel deed er niet toe. Ik kapselde me in, sloot delen van mezelf af. Er was te veel pijn en verdriet en ik wist niet wat ik er mee moest doen. Bij nieuwe pijn en verdriet kwam er een extra laagje om de cocon. Ik trok me steeds verder terug, sneed me steeds verder van mezelf af. Ik voelde wel van alles maar wist niet wat ik er mee moest dus drukte ik het weg onder weer een nieuw laagje. Het werd steeds donkerder en eenzamer in mijn cocon. De cocon was een schuilplaats maar tegelijk voelde het ook als iets heel zwaars om te dragen. Ik had het gevoel langzaam te stikken Ik voelde zoveel wantrouwen, zoveel angst en onzekerheid. Ik zocht hulp en leerde om op te kijken naar de diepe pijn vanbinnen. En door naar die pijn te gaan, de bodem van mijn pijn op te zoeken en op nieuw te beleven. Zo kwam ik uit mijn cocon. Het was geen makkelijk proces om uit mijn cocon te kruipen, maar het moest wel op te ontdekken wie ik eigenlijk ben.
Ondertussen ben ik als vlinder uit mijn cocon gekropen, maar mijn vleugels voelen nog net sterk genoeg om te vliegen. Ik durf er nog niet op te vertrouwen dat ik er mee kan vliegen. Ik voel me onzeker en bang om te vallen. Diep vanbinnen ben ik bang voor nieuwe pijn. Af en toe merk ik dat ik nog de neiging heb om weer in de 'cocon' te kruipen als het niet 'veilig' voelt, als ik bang ben voor afwijzing. Laat mij maar, vergeet maar dat ik er ben. Mijn zelfvertrouwen en eigenwaarde moet nog wat sterker groeien. Zodat ik als een bloem nog verder kan open bloeien. Zodat ik mijn vleugels durf te spreiden en durf te zweven op de wind van Gods Geest.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten