zaterdag 22 augustus 2020

Tweestrijd

Er is in mijn hart een verlangen een intense behoefte wakker geworden, nou ja zichtbaar geworden. Ik ben me er ineens bewuster van geworden. Het verlangen, de behoefte naar emotionele verbinding en daarbij horend fysiek contact, nee daar bedoel ik geen seks mee. Maar een diep geworteld verlangen naar relatie, naar een aanraking en belangrijker naar verbinding, emotionele verbinding. Nee ik bedoel niet de oppervlakkige contacten van kennissen. Ik bedoel iets diepers elkaar echt zien, elkaar echt kennen van hart tot hart. Mezelf mogen en kunnen zijn. Ik bedoel ook niet de aanraking van iemand die je voorbij loopt, zelfs niet de hand die je schudt als je iemand begroet. Het is een ander soort aanraking/contact waar ik naar verlang, een oprecht en echt fysiek contact van iemand met wie ik een emotionele band heb, een omhelzing, een hand die de mijne vastgrijpt als bemoediging of de arm om mijn schouder als ik het moeilijk heb. Een verlangen naar iets wat me echt laat voelen ik doe er toe, ik mag er zijn als mens. Iets wat ik best heel moeilijk vind om te geloven. Want ik deed er alleen maar toe als ik gaf aan de ander wat die nodig had. Die behoefte en dat verlangen naar contact is er diep verborgen in mij al jaren. Maar omdat er aan die behoefte vanaf kinds af aan niet werd voldaan, ben ik dat verlangen en die behoefte gaan negeren en verbergen. Dat verlangen voelde niet veilig, als niet gewenst, ik heb het afgedekt en diep weggestopt ik dacht alleen voor buitenwereld maar besef nu pas ook voor mezelf. Mijn hart en alles wat daarin aan verlangens en behoeftes leeft, heeft jaren in een soort cel gezeten, afgesloten. Als kind heb ik jarenlang geprobeerd om verbinding te krijgen met mijn moeder en later met onderwijzers, klasgenoten en anderen. Maar nooit vond ik wat ik zocht, ik werd niet gezien, gehoord of gekend. Ergens in of na mijn pubertijd heb ik onbewust een draai gemaakt in mijn verlangens en is er angst en onzekerheid voor fysiek contact gekomen. Ik word bang als mensen me willen kussen bij nieuwjaarswensen of een verjaardag. Ik voel me er ongemakkelijk bij, ik weet me geen houding te geven. Ergens diep vanbinnen verstijf ik als mensen te dichtbij komen, ik voel me dan heel onzeker en ik ben bang dat ik stink of iets geks doe. Het liefste mijt ik fysiek contact, omdat ik niet weet wat ik moet doen. In de afgelopen jaren is er een gevoel gegroeid dat een knuffel of anders aanraken verkeerd is, niet hoort, dat fysiek contact niet nodig is. Ik kreeg het bij het opgroeien van mijn ouders niet, niet dus zal het wel niet nodig zijn, er zal met mij wel iets mis zijn dat ik er wel naar verlang. Dus waren die verlangens fout, slecht, vies en daarom mochten ze er niet zijn.

De laatste weken mogen we door het corona virus elkaar niet meer aanraken als je niet bij 1 gezin hoort. Ik mag de hand ter begroeting niet meer geven, ik mag niet meer iemand “toevallig” aanraken, we moeten 1.5 meter afstand houden. Aanraken is nu slecht en fout, maar o wat mis ik het die klein oppervlakkige aanrakingen (dacht ik). Er is in mij een enorme honger ontstaan naar aanraking, naar contact naar voelen dat ik er nog ben. Schoorvoetend heb ik dit met mijn psycholoog besproken, hij gaf aan dat we wel weer handen konden schudden bij binnenkomst en weggaan. Maar ergens was dat niet wat ik zocht, wat paste bij de “honger” in mij. Ik vroeg hem met lood in mijn schoenen en een bang hart of hij iets meer wilde geven. Of hij zijn hand op mijn schouder wilde leggen en me dan een bemoedigend kneepje geven. De angst om dit te vragen was reuze groot, hij kon zomaar nee zeggen. Maar ook de angst van als hij het wel doet, wat doet dat met mij. Kan ik het door mijn angst voor fysiek contact wel voelen, durf ik het aan dat hij zo dichtbij komt. Hij reageerde positief en wilde aan mijn verzoek tegemoet komen. Hij is naast me komen zitten en heeft mijn schouder vastgepakt zoals ik dat vroeg. Ik vond het spanend en eng, totdat dat de hand op mijn schouder lag en de tranen begonnen te stromen. Ergens heel onbewust is er iets veel diepers geraakt dan mijn schouder, die hand heeft mijn hart geraakt. Die hand heeft het afdeklaagje dat ik op mijn verlangens en behoeftes had gelegd weggehaald. Elke keer als ik nu bij mezelf naar binnen kijk word ik heel emotioneel en lopen steeds weer de tranen over mijn gezicht. Iets in mij is diep geraakt door het gebaar van die hand. Sinds die hand op mijn schouder heeft gelegen, is er een storm aan verlangens en behoeftes wakker geworden. Verlangens en behoefte die al zoveel jaar achter slot en grendel hebben gezeten zijn ontsnapt en willen niet meer terug de cel in. De behoefte om door meer mensen echt gekend te worden wil niet langer meer genegeerd worden. Het verlangen om gezien en gehoord te worden was er al een aantal jaren, maar is nu nog intenser. Ik wil met mensen om me heen een emotionele verbinding, waarbij ook ruimte is om elkaar met fysieke aanrakingen te bemoedigen. Ik wil een vriendin die het moeilijk heeft spontaan kunnen omhelzen, ik wil als ik dankbaar of blij ben om wat iemand voor me doet die persoon durven omhelzen. Ik wil dat anderen mij omhelzen, kussen of knuffelen als hun hart dat ingeeft, zonder dat ik verstijf, zonder dat er nare gedachten door mijn hoofd gaan. Maar vooral zonder angst! Want die diepe en intense angst is er nu nog steeds, die angst zegt ben je nu helemaal gek geworden. Hoe haal je het in je hoofd om dit te willen. Een stem die zo hard roept pas op, houd afstand, laat niemand te dichtbij komen want ze doen je zeer. En daarnaast hoor ik hoor de stem van mijn moeder waar ben je nu mee bezig. Denk er goed aan wat is gepast en wat niet, je hoort niet met iedereen close te worden, denk goed aan de onzichtbare grenzen en ga daar niet overheen. Ergens voelt het als, zo ben je niet groot gebracht meisje, die verlangens zijn ongepast en horen niet. Gedraag je jezelf en maak jezelf niet tot schande door om contact te vragen. Diep vanbinnen zit de angst voor afwijzing en nieuwe pijn ook verankert in mijn hart.

Sinds mijn hart is aangeraakt voel ik in een pittige tweestrijd in mijn hart, tussen angst en verlangen. De twee hoofdrolspelers die ik steeds weer ontmoet als ik nieuwe stappen zet in mijn proces met mijn psycholoog. Twee lastige hoofdrolspelers die elkaar geen duimbreed willen toegeven. Met die twee hoofdrolspelers ben ik in een tweestrijd verwikkeld, wie gaat er winnen de diepe ingewortelde angst of het verlangen en de behoefte aan verbinding?

Maar ergens is er ook het verlangen om aangeraakt te worden door God. Ik weet Hij kan me niet fysiek aanraken. En toch is er dat verlangen om die Vader armen om me heen te voelen. Zijn oprechte liefde voor mij te voelen. Voelen en ervaren dat Hij met mijn hart bezig is. Soms voelt Hij zo ver weg en dan denk ik wil Hij me wel? Zal Hij me wel willen geven waar ik ten diepste naar verlang….. Een heel klein beetje liefde.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten