De afgelopen tijd ben ik met de jonge Ina’s ons levenshuis aan het opknappen en dat is veel meer dan alleen een likje verf. Het is een grondige verbouwing, een complete renovatie. Een niet geplande renovatie, ons doel was al jaren het huis afbreken. Met grof geschut het huis tegen de vlakte gooien en niet meer opbouwen. Wij vonden ons huis niet de moeite waard. Het was lelijk en bouwvallig, afbreken leek ons vanaf onze tienerjaren al de beste optie. Als tiener hebben we een kinderlijk sloop poging gedaan maar dat mislukte. Ergens in de afgelopen jaren is het plan van slopen onbewust veranderd, eerst in wat dingen opknappen en oplappen om het nog even vol te houden in dit huis. En later is het onbewust veranderd in een complete grootschalige renovatie. Een best ingewikkelde, complexe en emotioneel zware renovatie. Maar gelukkig hebben we wel hulp en hoeven we deze zware klus niet alleen te doen. Er is een Opperaannemer die in de gaten houdt of het goed gaat en af toe bij stuurt met hulp van zijn onderaannemer (de psycholoog), de elektricien (dominee) of de loodgieter (psychiatrisch verpleegkundige).
Ik voel de laatste weer zoveel. Het pijnlijke, brandende gevoel diep vanbinnen is er weer. De pijnlijke plek, de plek waar zoveel gevoelens samen komt. Ik probeer het weg te slikken, te zuchten of te puffen maar het is niet weg te krijgen. Het is zo pijnlijk dat de tranen over mijn gezicht lopen, ik kan ze niet tegen houden. De pijn trekt naar mijn maag en naar mijn hart, de pijn steekt soms zo hevig dat ik niet weet waar ik het zoeken moet. Dan lopen de tranen spontaan over mijn gezicht, iets wat ik niet wil. Ik wil sterk zijn. Ik wil dit gewoon aankunnen zonder deze lastige en pijnlijke gevoelens. Ik weet niet wat ik er aan moet doen, ik probeer de pijn weg te duwen en weg te eten. Afleiding zoeken werkt even, maar zodra ik stop is de pijn er zo weer. Ik weet dat de pijn te maken heeft met mijn verleden, met de pijn, het verdriet en gemis uit mijn jeugd. Ik weet dat dit gevoel te maken heeft met de jongere Ina’s in mij. De pijn verlangt naar troost, een troost die ik ze niet goed kan geven. Samen met mijn psycholoog ben ik met hun bezig, zijn we naar hun worsteling met het leven aan het kijken. Hoe ze jarenlang hebben geworsteld om te overleven, met het niet gezien en niet gehoord worden. Het pijnlijke, brandende gevoel is een tijdje weg geweest maar nu is het weer in alle hevigheid terug. Ik voel zoveel, schaamte, verdriet, onrust, gemis en angst het is zo’n grote kluwen aan gevoelens vanbinnen. Ik verlang ten diepste naar een paar veilige armen om in te schuilen. Iemand die een arm om me heen slaat en me troost. Iemand die zegt het komt wel goed, ik ben bij je. Ik verlang naar een stukje geborgenheid, ik verlang er naar om warmte voelen, ik wil zo graag merken, kunnen en durven voelen dat er van me wordt gehouden. Maar het liefste wil ik ook wegrennen en me verstoppen voor al deze verwarrende en pijnlijke gevoelens die ik nu weer zo hevig voel. Vluchten zover als ik kan. Dat heb ik mezelf aangeleerd, vluchten en ontwijken kan ik als de beste. Het beangstigt me hoe diep dit gaat.
We zijn al een tijdje aan het graven in mijn leven en het is zo zwaar om door te gaan en te kijken naar al die pijnlijke gebeurtenissen. Het is zo zwaar om te kijken naar de toekomst, als de toekomst in nevelen is gehuld, als ik voor mezelf geen toekomst zie. Jarenlang heb ik rond gelopen met een plan waarin ik geen toekomst voor mezelf zag. Jarenlang was mijn doel op een dag zelfmoord plegen. Dat plan wil ik proberen los te laten, maar hoe doe ik dat? Hoe kan ik iets loslaten wat al die jaren mijn overleveringsmechanisme is geweest? Al die jaren was dat plan mijn toekomst. Mijn houvast bij elke afwijzing en kwetsende opmerking die ik kreeg. Altijd wist ik als ik echt niet meer kan, dan maak ik er een einde aan. Als tiener heb ik al besloten dat het op een dag genoeg zou zijn geweest, dan mocht ik een einde maken aan mijn leven. Dan had ik lang genoeg gevochten, dan had ik genoeg pijn geleden en genoeg afwijzingen meegemaakt. Dan had ik genoeg gegeven aan anderen, dan was ik uitgegeven. Dan was het mooi geweest en mocht ik een einde maken aan mijn lijden! De tranen lopen over mijn gezicht nu ik dit zit te schrijven. Ik was nog zo jong en dan al zulke zware gedachten en zulke heftige plannen. En niemand om mee te praten over deze zware worsteling. Zelfs over de zelfmoordpoging als tiener heb ik nooit gepraat tot een paar jaar geleden. Ik wist niet wat wel en niet ‘normaal’ was. Mijn thuis situatie was nu eenmaal zo. Liefde heb ik niet veel gekregen in mijn leven en nu is het zoeken hoe ga ik om met de spatjes liefde die ik nu krijg. Durf ik te geloven in de liefde van anderen voor mij? Nu moet ik ook mezelf nog liefde gaan geven en dat is zo moeilijk. Ik moet mezelf gaan accepteren, maar hoe doe ik dat? Ik moet er nog achter gaan komen hoe ik mezelf echt onvoorwaardelijk lief kan hebben, want dat weet ik niet. Ik durf niet goed te geloven dat God om mij geeft, dat Hij van mij kan en wil houden. Wil hij mij wel? Kan hij mij wel gebruiken?
De afgelopen jaren is mijn wereld veranderd, regelmatig schudt en dreunt het van het werk dat er vanbinnen wordt verzet. Mijn oude vertrouwde wereld schudt en wankelt maar het wordt wel langzamerhand sterker. Het is niet meer dat kaartenhuis van een paar jaar geleden wat op punt van instorten stond. Op de fundering kan ik ondertussen al een tijdje kijken. Met al zijn mooie, zijn kwetsbare en zijn rotte plekken en ik weet niet goed wat ik van die fundering moet vinden. Ik zou wel een mooiere, slimmere of betere fundering willen hebben. En toch wordt er op het fundament stevig door gebouwd, het wil maar niet stoppen. Alsof er Iemand zeg doorgaan het is nog niet klaar, Ik ben nog niet klaar met dit huis! Maar ergens is er vanbinnen altijd de angst is het fundament wel goed genoeg? Is het fundament de moeite wel waard? Kan er op dit fundament wel iets goeds worden gebouwd? De afgelopen jaren zijn er kaarten verstevigd of vervangen, er zijn nieuwe muren gekomen met ramen en deuren er in om naar buiten te kijken en om mensen binnen te laten. Het is wel een kleurrijk huis aan het worden en geen tien in een dozijn huis, een huis waar ruimte is voor voelen en gevoelens. Een huis waar echtheid en jezelf mogen zijn centraal staat.
Op de momenten dat het rustiger is vanbinnen, zie ik echter meer dan alleen de bouwput die mijn leven op dit moment is. Dan zie ik al hoever we zijn met de renovatie, dan zie ik dat er onverwacht al kleur is gekomen in het huis. Ik weet nu waar ik op moet letten als ik op de fundering weer wil verder bouwen. Mezelf niet meer afsluiten of vluchten, maar praten over wat me zeer doet of me raakt. Het jonge meisje wat ik vroeger was, sloot zich af van anderen als ze werd gekwetst of afgewezen. Dat was haar manier van overleven. Ze was en is boven alles nog steeds intens onzeker en heel alleen. Ze kon niet anders en wist niet beter. Als ik vastloop en niet meer weet hoe ik verder moet zoek ik naar rust en neem ik een stukje afstand. Dan vouw ik mijn handen en vraag ik hulp aan de onder en Opperaannemer. Deze renovatie doen we met zijn drieën en af toe komt er extra hulp van een elektricien en loodgieter (dominee en psychiatrisch verpleegkundige). Dat is ook nodig, ieder heeft zijn eigen taak in deze renovatie klus.
Af en toe is er nog een flinke aardbeving die de verbouwing aan het wankelen brengt, of voor op onthoud zorgt. Soms is er een flinke modderstroom waardoor er van de verstevigde kaarten of nieuwe muren een stuk afbreekt. Dat heeft vaak te maken met vertrouwen wat beschadigd wordt. Een nare ervaring, verkeerde woorden, een afwijzing en dat veroorzaakt vanbinnen een flinke aardbeving, soms met vele kleine en grote na bevingen. En dan schudt en trilt de verbouwing van mijn huis hevig, dan moet ik daarna eerst de schade van de aardbeving herstellen voor ik weer verder kan bouwen. Soms schokt de aarde onder mijn huis nog jaren na, ben ik bang en onzeker voor nieuwe aardbevingen. Maar gelukkig heb ik deskundige hulp bij mijn renovatie klus, mijn onderaannemer (psycholoog) geeft aanwezigen die hij weer door krijgt van de Opperaannemer (God). Deze verbouwing is al een paar jaar bezig, sommige mensen vinden dat de verbouwing te lang duurt. Maar een goede renovatie is geen haast werk dat moet je goed en secuur doen. Anders stort het huis weer in bij een flinke aardbeving of een tropische storm. En dat wil ik niet, ik wil deze renovatie goed ten einde brengen. Al vind ik de worsteling met het loslaten van mijn ontsnappingsplan heftig en zwaar!

Geen opmerkingen:
Een reactie posten