Mijn psycholoog maakte gisteren tijdens ons gesprek weer de vergelijking van mijn leven met het sprookje van Rapunzel. Ik heb daar al eens eerder over nagedacht en er mee gestoeid. En daar kwam onderstaand gedicht/blog uit te voorschijn.
Met ‘er was eens’ beginnen veel sprookjesverhalen
Maar soms lijken de sprookjesverhalen, het echte leven in te halen
Zo ook het sprookje van Rapunzel met haar lange haren
Veel van haar verhaal lijkt mijn levensverhaal te evenaren
Beiden zitten we eenzaam opgesloten in onze eigen toren
Al jaren verlangend naar iemand die ons echt zal horen
Haar toren is met stenen zichtbaar
De mijne door emotionele tralies onzichtbaar
Beiden hadden we geen vrienden om mee te spelen
En niemand om iets van vreugde of verdriet mee te delen
Voor ons geen knuffel of een aai over onze bol
En toch houden we het op onze eigen manier, al jaren vol!
Beide blijven we verlangen naar de warmte van liefdevolle armen
Die ons hart en ziel willen verwarmen
Het gemis van warmte liefde en geborgenheid is zo groot
Het was onze moeder die ons in de toren opsloot
Moeders die ons voor zichzelf wilden hebben
Maar ons niet konden liefhebben
De buitenwereld was volgens hen slecht en gemeen
Daarom mochten we nergens heen
Onze moeders konden ons niet goed met anderen delen
En konden ons goed emotioneel bespelen
Het verlangen naar liefde van onze moeders hield ons in de toren
Ook al voelde we ons nog zo eenzaam en verloren
Mannen waren volgens onze moeders slecht en niet te vertrouwen
Terwijl wij mooie dromen droomden, over prinsen op witte paarden en trouwen
Bij Rapunzel kwam de man van haar dromen gelukkig wel
Haar prins vond haar en zij is niet langer vrijgezel
In sommige versies heeft ze zelfs kinderen gekregen
En loopt haar verhaal af met voorspoed en zegen
Zij kon zich uit haar stenen toren bevrijden
En zo het einde van haar sprookje tegemoet rijden
Mijn verhaal is blijven steken bij het opgesloten zitten in mijn toren
Ik voel me nog vaak zo eenzaam en verloren
Mijn moeder leeft niet meer, dus ik zou de toren makkelijk kunnen verlaten
Maar dat het niet zo makkelijk gaat, heb ik nu wel in de gaten
Er was geen prins die mij uit de toren kwam halen
De afgelopen jaren ben ik zelf aan het zoeken, hoe ik uit mijn toren kan afdalen
Dromen over prinsen op witte paarden doe ik nu niet meer
Die dromen loslaten deed en doet best veel zeer
Fantaseren en dromen was mijn manier van ontsnappen aan de werkelijkheid
Daar was geen verdriet, gemis of eenzaamheid
Mijn toren verlaten doe ik niet zomaar even
Daar zat ik het grootste deel van mijn leven
Die toren is hoe raar het ook klinkt soms voor mijn gevoel, de veiligste plek
En ik snap het als je zegt dat klinkt best wel gek
Voor mij is die plek vertrouwd en bekend
Want de buitenwereld vertrouw ik vaak voor geen cent
Al te vaak is er op mijn hart getrapt
Zijn mensen over mijn grenzen en mijn gevoel heen gestapt
Toch staan er nu onder aan mijn toren een handje vol mensen naar me te roepen en te wijzen
Mensen van wie ik stilletjes hoop dat ze me niet als nog in de steek laten of afwijzen
Maar ze moedigen me wel aan om op de ingeslagen weg door te gaan
Ze willen mij op hun manier zelfs helpen om de moeilijke afdaling te doorstaan
Soms is er zelfs een knuffel of een arm om me heen
Dat voelt zo goed, dan voel ik me minder alleen
Dan voel ik een diepe verbintenis
En proef ik even iets van wat liefde ontvangen is
Het sprookje van Rapunzel is uit
Ik zoek mijn weg uit de toren met hulp van een therapeut
Er is geen prins op een paard die me redt
Maar wel een God die luistert naar de hulpvraag in mijn gebed
Ook Hij is erbij als ik de weg uit mijn toren zoek
De weg die Hij met mij voorheeft staat al in Zijn Levensboek!

Geen opmerkingen:
Een reactie posten