Mijn psycholoog is (samen met mij) bezig om een nieuw behandelplan te maken. Elf jaar na het eerste behandelplan is dat ook wel goed. De Ina van toen is er niet meer, er is veel meer inzicht gekomen in waar de pijnpunten vandaan komen. En een aantal problemen waar ik toen voor kwam die heb ik niet meer. Ik ben niet meer depressief en leef niet meer in een sociaal isolement. Ik gaf bij mijn psycholoog aan dat ik het nieuwe plan wilde delen met een aantal mensen om me heen. Maar dat ik niet goed begreep van mezelf, waarom ik dat eigenlijk wilde. Hij zei, misschien om jezelf te verdedigen? Om iets te delen van waarom je elf jaar bij mij komt. Al pratend ontdekte ik dat hij gelijk had.
Ik heb nu 11 jaar hulp van hem en ergens voel ik wel dat de buitenwereld dit raar vindt. Je gaat toch niet jarenlang met iemand praten? Dat is, zo voel ik het vaak, raar. Als mensen jarenlang antidepressiva slikken en daar niet meer zonder kunnen, vind niemand dit raar. Maar waarom is het dan raar om jarenlang met een hulpverlener te praten over de pijn, verdriet en andere moeite in je leven? Waarom oordelen we zo hard over de mentale problemen van iemand anders? Waarom ligt daar nog steeds zo’n taboe op? Waarom plakken we een tijdslimiet aan hulpverlening? Ben je gek, zwak, raar of dom als je wil praten met iemand over de pijn en het verdriet in je leven? Als je die pijn wil aankijken i.p.v. wegdrukken met pillen? Waarom is het raar als die pijn, die zorgen en problemen zo diep zitten dat je daar jaren van je leven mee bezig bent, om er mee te leren omgaan. Is het dan voor onze beeldvorming fijner als mensen met pillen al hun pijn wegslikken en zo zich staande kunnen houden? Alles beter dan hulpvragen? Want bij hulpvragen en praten ben je kwetsbaar en zwak?
Ik veroordeel de mensen niet die pillen slikken voor hun mentale gezondheid! Maar ik kies er voor om te praten over mijn pijn, verdriet en moeite. Ik kies heel bewust voor praten, ik wil al mijn gevoelens voelen en proberen te begrijpen ook al doet het soms heel veel pijn, geeft het onrust en lig ik er door wakker. Ik ben intens dankbaar dat ik een hulpverlener heb die ook mijn geloof betrekt in de hulpverlening. Want mijn geloof en mijn mentale gezondheid raken elkaar, of beter gezegd zijn met elkaar verweven. Of ik het wil of niet! Ik ben dankbaar dat mijn hulpverlener begrijpt dat we deze weg met z’n 3en moeten bewandelen om het beste resultaat te krijgen. Het voelt veilig en goed om tijdens de gesprekken ook de geloofsvragen en worstelingen te mogen en kunnen delen.
Binnenkort als het nieuwe behandelplan klaar is, ga ik het delen met een paar mensen om me heen. Een paar vrouwen bij wie ik weet dit is veilig en die met me meelopen op mijn levensweg. Misschien ga ik het ook delen met onze dominee, dat weet ik nog niet. Dat voelt zoveel kwetsbaarder, roept vragen op als; zal hij het begrijpen? Zal hij niet oordelen? Kan en wil hij zich inleven? Ergens ben ik bang voor nieuwe pijn als ik het nieuwe plan met hem deel en ik krijg niet de verbinding of het begrip waar ik naar verlang. Het delen met vriendinnnen is ook best spannend en eng, maar wel weer een nieuwe stap in onze vriendschap. En een stap in openheid over mijn mentale problemen. Als ik verandering wil moet ik ook stappen zetten om die verandering in gang te zetten. Ik hoop en ik bid dat we met elkaar open naar elkaar en naar God, durven en kunnen zijn over wat ons bezighoudt. Zonder ons mooier, sterker of stoerder voor te doen dan we zijn. Mentaal, kwetsbaar en naakt als Adam en Eva in hun relatie met God voor de zondeval.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten