Ergens diep vanbinnen is er een plek die pijnlijk rood, gezwollen, beurs en rauw aanvoelt. Een plek die zo zeer doet dat het me al pijn doet om er naar te kijken. En waar ik zeker niet graag aankom, het doet te veel pijn. Het is een plek waar keer op keer op geslagen is. Een plek waar afwijzing, teleurstelling, angst om in de steek gelaten te worden zo duidelijk zijn sporen heeft achtergelaten.
Rake kleppen door dat ik mentaal en emotioneel in de steek gelaten ben door mijn ouders. Ouders die me niet konden geven waar elk kind ten diepste naar verlangt, veiligheid, geborgenheid, warmte en liefde. Afwijzing door een onderwijzeres waar ik zo bang voor was, die me uiteindelijk naar speciaal onderwijs stuurde omdat ik volgens haar niet normaal was. Geslagen vroeger door scheldwoorden van kinderen uit de buurt. Jij bent gek, jij bent niet goed genoeg. Jij hoort er niet meer bij, met jou mag ik niet meer spelen, want jij gaat naar een gekkenschool zegt mijn moeder. Afgewezen worden kinderen met wie ik eerder altijd mocht spelen, maar nu niet meer omdat ik naar speciaal onderwijs moest van de school en mijn ouders. Het pesten, het buiten sluiten, het afwijzen en nergens echt bij horen het achtervolgt me heel mijn leven al. Schelden doet niet zeer zij mijn moeder vroeger altijd, nou en of het wel zeer doet. Ik heb de littekens nog steeds. De angst van toen achtervolgt me nog steeds.
Woorden als ik hou van je, krijg ik door mijn liefdeloze opvoeding moeilijk uit mijn mond. In mijn volwassen leven heb ik het heel bewust tegen 2 mensen gezegd. Geen romantische ik hou van je, maar een “moederlijke” en een “vriendschappelijke”. Twee mensen waar ik op hele verschillende manieren van hou. Maar er zijn nu meer mensen waar ik van hou, weer geen romantische liefde. Maar wel een liefde van vriendschap, waardering en respect en ik hoop dat ik de stap kan maken om het binnenkort ook hardop en bewust tegen deze mensen te gaan zeggen.
Mijn verleden heeft gemaakt dat ik niet makkelijk mensen dicht bij laat komen. Dat ik wantrouwig en achterdochtig ben, dat ik afwacht op het moment dat mensen me afwijzen en inde steek laten. Dat ik niet veel vrienden heb omdat ik het moeilijk vind om mensen te vertrouwen. Mensen vertrouwen is ze emotioneel dichtbij laten komen, wat weer betekend dat ze mijn hart rake klappen kunnen geven. En mijn hart heeft al zo vaak klappen opgelopen als baby, kind, als tiener, als puber en zelfs als volwassene. Ik wil mezelf graag beschermen tegen nieuwe pijn maar ik weet dat dat niet kan. Pas nog heeft iemand die ik vertrouwde, die ik heel dicht bij mijn hart liet komen waar ik dacht dat ze mijn vriendin was. Na 7 jaar vriendschap zo ineens het contact verbroken, omdat ik iet had gezegd wat haar diep raakte. Dat doet zeer weer die afwijzing, maar het maakt me ook boos. Waarom vindt iedereen het zo normaal om op mijn hart te trappen. Want die pijnlijke plek vanbinnen daar zit mijn hart. Mijn hart wat al zo veel te verduren heeft gehad, wat al zo vaak bont en blauw geslagen is. Nee geen fysieke blauwe plekken maar emotionele/psychische. Woorden kunnen zoveel zeerder doen als fysieke klappen. Als mensen maar lang genoeg zeggen dat je anders bent, dat er iets mis is met je ga je het geloven. Als je maar vaak genoeg afgewezen wordt, ga je geloven dat je niet de moeite waard bent om van te houden. Om mijn hart te laten genezen ben ik hard aan het werk met een psycholoog, dat is echt hard werken kan ik je vertellen. Ik weet dat mensen het raar vinden dat ik zolang bij een psycholoog loop, maar ik weet waarom ik het doe. Ik wil vechten voor mijn hart, iets wat niemand ooit heeft gedaan. Ik zal mezelf niet langer afwijzen, ik blijf vechten voor mezelf, voor mijn hart, voor mijn ziel. Vechten zoals nog nooit iemand heeft gedaan voor mij! Want als ik niet voor mezelf vecht, als ik niet zorg voor mijn hart wie doet het dan? Ik vecht door met hulp van een psycholoog, tot het moment dat ik samen met God weet nu is het goed.
En ik begin te geloven, al vind ik dat echt heel moeilijk dat God van mijn houd. Hij wijst me niet af, Hij laat me niet in de steek. Als ik als een verdwaald kind rond loop pakt Hij mijn hand en brengt me weer op de goede weg. Hij is er bij als mijn hart weer nieuwe klappen krijgt, droogt Hij mijn tranen en laat dan weer opnieuw zien dat Hij er bij is. Dat Hij me niet in de steek zal laten ook al ben ik daar bang voor. Hij laat steeds zien dat Hij me ook door nieuwe pijn van afwijzing en teleurstelling zal helpen. Hij wil mijn vader en moeder zijn, zoals ik die nooit gehad heb, Hij wil de vrienden zijn die ik gemist heb ik mijn leven, Hij wil de partner, de kinderen zijn waar ik mijn leven lang naar verlangd heb. Zijn naam is IK BEN EN IK ZAL ER ZIJN! Daar probeer ik me als mijn hart weer gekwetst en bont en blauw geslagen is, me aan vast te houden.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten